Home » Biologie » Werkstukken » Dieren » Ooievaar


Ooievaar

 

DE OOIEVAAR:Werkstuk 

HET UITERLIJK VAN DE OOIEVAAR. 

De ooievaar is erg bekend omdat hij lange, dunne rode poten heeft. Ook zijn snavel is erg lang en erg rood. De Ooievaar heeft een hele lange witte nek. De veren van de Ooievaar zijn zwart en wit. De meeste zijn wit alleen bij het onder stuk van de vleugels zijn de veren zwart. 

DE TREK. 

In augustus loopt de Ooievaars zomer ten einde. De jongen zijn net op tijd zelfstandig geworden en bereiden zich voor op de grote trek naar het zuiden. Zonder dat de jonge Ooievaars ooit in Afrika zijn geweest weten ze de weg om te vliegen ook als er geen volwassen vogel mee is. Ongeveer een week na het vertrek en dus hun geboorte- streek vaarwel hebben gezegd volgen de oudere Ooievaars. Eigenlijk hebben de Ooievaars een hekel aan vliegen en daarom zweven ze liever. Maar als niet zonder zweven zouden ze het ook nooit halen om in Afrika aan te komen. Zweven is van levens belang voor de Ooievaars. Ooievaars weten precies waar ze zonder onnodige vleugel slagen het snelst vooruit kunnen komen. Hun trekroutes zijn eigenlijk zweefroutes. Net als de zweefvliegtuigen benutten ze warme opwaartse luchtstromen. Ooievaars kunnen via twee kanten Afrika binnen komen. Afrika is hun winterverblijfplaats. Ze komen of via Spanje Afrika binnen og via Griekenland,Turkije en de kleine landen er omheen Afrika binnen. 

SPECIAAL VAN DE TREKROUTE. 

Erg opvallend van de vliegroutes is dat de Ooievaars niet veel over zee "vliegen". Ze vliegen hoofdzakelijk over land. Ze gaan og bij de overgang van Spanje-Afrika even de zee over, of even over de zee bij Griekenland-Turkije en Turkije-Afrika even de zee over. 

BROEDEN. 

Ooievaars broeden vaak in hoge bomen, maar soms ook op gebouwen. De zwarte Ooievaar nestelt in de takken van hoge bomen in het bos, de andere Ooievaars leven bij voorkeur in open tereinen. Als er voldoende ruimte beschikbaar is broeden de Ooievaars vaak n grote kolonies waarbij ze jaren achtereen broeden en het zefde nest gebruiken. Het nest is meestal een groot takken platform, soms met een middenlijn van 2 meter. Als de partners elkaar op het nest ontmoeten laten ze een karakteristiek vertoon zien, waarbij ze met de snaverl klepperen en de kop achterover buigen tot de nek de rug raakt. 

HET ETEN VAN DE OOIEVAARS. 

De eerste paar weke na de geboorte van de Ooievaars eten de jongen insecten en regenwormen. Dit voedsel word door de ouders bij elkaar gezocht en in het nest voor de jongen uitgebraakt. Na een tijdje krijgen de jonge Ooievaars ook meikevers, krekels en sprikhanen te eten. De jongen bedelen om voedsel door een geluid voort te brengen dat op miauwen lijkt. pas later gaan ze het klepperende geluid van hun ouders nadoen. Als de jongen ongeveer zes weken oud zijn, krijgen ze hun eerste vliegoefeningen. En na acht tot tien weken hebben alle jongen het nest verlaten. Ze komen dan nog een aantal weken 's avonds op het nest terug om door hun ouders gevoed te worden. 
Het hoofdvoedsel van de volwassen Ooievaars bestaat uit kikkers, muizen, woelratten, mollen, slangen, hagedissen en vissen. Daarnaast eten ze ook jonge vogels en zoogdieren, zoals hermelijnen. Van uit de lucht houdt de Ooievaar in de gaten of er ergens geploegd, gezaaid of geoogst word, want daar kan hij zich tegoed doen aan opgejaagde prooidieren. De delen van het voedsel dat de Ooievaar niet kan verteren, zoals botjes en haartjes, spuugt hij uit in de vorm van een braakbal. 




MINDER DAN 10 BROEDPAREN. 

Vogelliefhebbers kregen halverwege de vorig eeuw in de gaten dat er minder broedende Ooievaars waren dan daarvoor. Pas in 1913 werden er voor het eerst broedparen geteld en dat was best schrikken. Het waren er maar 500, terwijl er zeker enkele duizenden zijn geweest. Waarschijnlijk kon de Ooievaar de snelle veranderingen in het Nedelandse landschap niet bijhouden. De achteruitgang ging verder. In 1960 waren er nog ongeveer 50 broedparen en 10 jaar later zelfs minder dan 10. In 1969 begonnen ze met plannen voor een Ooievaarsproject. Dat was nodig om de Ooievaar een duwtje in de rug te geven, want Nederland zonder Ooievaars......!!??? 
In 1971 wed het Ooievaarsdorp 'Het liesveld' opgericht. Daar drgen heel wat Ooievaars de kans om te broeden. Ook op andere plekken kwamen Ooievaarsdorpen, de zogenaamde buitenstations. Ooievaars die in een Ooievaarsdorp uit het ei kruipen, moeten 'op eigen stelten' leren staan. Een groot aantal jonge vogels heeft inmiddels zelf de weg naar hun oorspronkelende overwinteringsgebieden ontdekt. Daar zag het eerst niet naar uit. Veel Ooievaars bleven ook 's winters in de buurt van de buitenstations: ze waren gewend om daar gevoerd te worden. Inmiddels is de voedsehulp aangepast. 

OOIEVAARSDORPEN. 

Om een beetje in de gaten te houden hoe het de Ooievaars vergaat, krijgen de jonge dieren een aluminuim ring met een nummer om hun poot. Zo'n nummer staat geregistreed bij een vogeltrekstation, waar bijgehouden word wat er met de geringde Ooievaars gebeurt. Om te voorkomen dat de Ooievaars uit West-Europa verdwijnt, zijn er in verschillende landen Ooievaarsdorpen en buitenstations opgericht. Daar kunnen Ooievaars ongestoord hun jongen grootbrengen, in een schoon gebied met zuiver water en voldoend voedsel. Ook in nederland bestaat er een Ooievaarsdorp met buitenstations. 

DITJES EN DATJES OVER DE OOIEVAAR. 

Ooievaars komen met 17 soorten voor over de hele wereld, behalve in Nieuw-Zeeland,Oceanië en het noordelijk eel van Noord-Amerika. De bekenste soort is de Ooievaar (Ciconia ciconia ) uit Europa. In Nederland is hij, evenals in België een onregelmatige doortrekker. Ooievaars, de vogelfamilie Ciconiidae uit de orde Reigerachtigen. Ooievaars verscillen van de andere families van deze orde, doordat ze de kamvormige nagel aan de middelste teen en de poederdonsveren missen. In het volkgeloof geld de Ooievaar als een gelukbrengende vogel; waar hij nestelt zou het huis gevrijwaard zijn tegen blikseminslag en brand; kraamvrouwen zouden er niet sterven. Misschien duidt zij naam hierop (oud-hoog-duits: Odobero= geluksdrager), een andere etymologie echter verklaart het woord "moerasvogel". Vanouds werd de Ooievaar als de kinderbrenger beschouwd. Daarom staat er als een kind is geboren vaak een houten Ooievaar in de tuin.